Keuren:



De keurmeester begint het keuren, door de Serama uit de kooi te halen en in de hand te nemen.
Hij/zij vult eerst alles in wat vanuit de hand beoordeeld kan worden.
Hij/zij begint met de kop van de beoordelingskaart.
- glad-, zijde- of krulveder
- haan of hen
- gewicht (gewogen)
- jeugdklasse, A, B of C klasse
- ringnummer
Dan zal hij/zij ook de dier-technische zaken beoordelen die bij de handkeuring horen:
- Conditie
- Veerconditie
- Koppunten
- Mogelijk uitsluitingsfouten (vorktand, eekhoornstaart, eendenvoet etc.)
De keurmeester laat de Serama op tafel paraderen en bekijkt het type en de staartdracht. Eigenlijk net zo als op de sokkel, maar nu is de Serama in eigen doen.
Een Serama die in goede doen is zal rustig stap voor stap over de tafel lopen. Daarbij zal het de brede borst goed hoog optrekken. Het dier krijgt hierdoor het parmantige uiterlijk wat we zo graag zien en wat door de keurmeesters hoog gewaardeerd zal worden.
Als dan de vleugels ook nog verticaal gedragen worden en net niet de grond raken en ze dit combineren aan een korte rug dan hebben we een top dier voor ons op tafel.
Maar vleugels die te lang zijn en over de grond slepen zijn zo niet goed te beoordelen.
Aansluitend zal hij/zij de Serama nog wel op de sokkel zetten om ook die indrukken mee te nemen voor type en staartdracht. Vooral de vleugellengte en – dracht is op de sokkel heel goed te beoordelen.
Voor het karakter is de sokkel ook een must. Natuurlijk mag de Serama ook niet van de tafel vliegen, maar op de sokkel krijg je een veel betere indruk van het karakter.
Vervolgens vult de keurmeester de punten voor de ontbrekende onderdelen in.